Los bericht bekijken
Oud 21 december 2005, 16:51   #5 (permalink)
rudeonline
Foet
 
Geregistreerd: 25 juni 2004
Berichten: 25
Standaard

Een eenvoudige manier om aan te tonen dat licht daadwerkelijk stilstaat zijn de volgende 2 voorbeelden. Ik zal eerst volgens de bestaande tijdsdilatie formule aantonen wat er gebeurt met massa’s die t.o.v. elkaar met verschillende snelheden door het heelal bewegen.





Stel ik vertrek vanaf de aarde met een ruimteschip naar een sterrenstelsel op 10 lichtjaar afstand van de aarde. Ik doe dit met een gemiddelde snelheid van 80% van de lichtsnelheid.

Gezien vanuit de aarde doe ik daar
t = s / v
t = 10 / 0,8 = 12,5 jaar over

Volgens de formule van tijd dilatatie
t' = t * Sqrt(1-v2)

is de verstreken tijd op het schip echter
12,5 * Sqrt(1-(0,8*0,8)) = 12,5 * 0,6 = 7,5 jaar

Omdat de persoon in het ruimteschip in zijn tijd er maar 7,5 jaar over gedaan heeft maar wel met een gemiddelde snelheid van 0,8c gereisd heeft, heeft deze een afstand afgelegd van 7,5 * 0,8c = 6 lichtjaren. De ruimte is voor de persoon in het ruimteschip gedurende de reis gekrompen geweest t.o.v. de aarde.


Wat nu als het geen ruimteschip is, maar een foton.
Gezien vanaf de aarde is de reistijd 10 jaar (de afstand is 10 lichtjaar).

Echter gezien vanaf de foton is de reistijd
10 * Sqrt(1-(1*1)) = 0 jaar

De afstand voor de foton is

0 jaar * 1c = 0 lichtjaar.

Gezien vanaf de foton staat licht stil.

Met enige kennis van wiskunde valt hiermee aan te tonen dat elke snelheid die de lichtsnelheid nadert steeds minder kilometers aflegt, men gaat eigenlijk steeds trager.

Om mijn theorie ook te bewijzen kunnen we het volgende doen.

Bovengenoemde waarnemers kunnen nooit bepalen wie er nu werkelijk het snelst beweegt. Beide kunnen immers zeggen dat zij stilstaan en dat de ander beweegt. Iedere waarnemer staat immers stil t.o.v. zichzelf. Om het verschil in hun afgelegde weg te bepalen kunnen ze het volgende afspreken. Ze besluiten om iedere keer als er voor hen een seconde voorbij gaat dat ze 1 meter draad afrollen op een enorme katrol. Beide stellen dus voor dat ze 1m/sec bewegen t.o.v. de draadlengte.


Een bewegende klok loopt langzamer terwijl de lichtsnelheid altijd gelijk blijft, iedere seconde 1 meter draad meten geeft hetzelfde effect.

1 persoon blijft achter op aarde terwijl een tweede een ruimtereis gaat maken.
Ik wil nu weten wie de meeste km af gaat leggen omdat je niet zomaar kunt stellen dat 1 van de 2 stilstaat en de ander beweegt. Alles beweegt, ook de aarde.

Ze spreken het volgende af..

Iedere seconde rollen ze 1 meter touw af. Nu vertrekt er 1 met 80% van de lichtsnelheid naar een planeet 10 lichtjaar hier vandaan. Als hij terugkomt meten beide waarnemers de lengte van het touw op. Wie heeft het langste stuk touw in handen?

Inderdaad, de persoon die achterbleef op aarde. Deze persoon heeft dus meer kilometers afgelegd dan de persoon die een reis maakte. Ze hadden namelijk in plaats van dat touw ook de lichtsnelheid als constante kunnen gebruiken. Stel maar even eenvoudig voor dat 1 meter touw staat voor 300.000km. Dat maakt geen verschil, minder tijd is minder kilometers.

Bij het bereiken van de lichtsnelheid staan we stil in ruimte en tijd. De lichtsnelheid is het absolute nulpunt van tijd en ruimte. Wij verplaatsen ons door de tijd waarbij licht achterblijft als spoor van verbruikte tijd en ruimte. De grens van het universum breidt zich uit met de lichtsnelheid, wij zijn de grens. Morgen bestaat nog niet. Daar is ook nog geen ruimte.
rudeonline is offline   Met citaat antwoorden
 
Generated in 0,77143s using 8 queries