Ik vind het een beetje moeilijk om mijn bronnen te noemen. Ik heb mijn theorie "bedacht" door mijn eigen interpretatie te geven aan het feit dat men kan meten dat tijd trager kan gaan en dat deze zelfs tot stilstand zou komen als men met een foton mee zou kunnen reizen. Als je op google zoekt naar ideeen over de snelheid van tijd, dan zul je zien dat meerdere mensen ook wel eens aan gedacht hebben dat de "lichtsnelheid" de snelheid van tijd zou kunnen zijn. i.p.v. dat men stelt dat licht altijd 300.000km/sec gaat, kun je ook zeggen dat een seconde altijd 300.000lichtkilometers duurt. Als je nu je eigen snelheid zou veranderen, en die verandert continue omdat de aarde geen constante snelheid heeft door het heelal, dan kun je stellen dat ongeacht je eigen snelheid je altijd 1sec meet op het moment dat licht zich 300.000km van jou heeft verwijdert. De grote vraag is voor mij namelijk..
Bewegeegt het licht, of bewegen wij?
Voor een foton krimpt de ruimte en de tijd gaat trager. Kortom tijd en ruimte nemen af. Ik maak daar uit op dat de lichtsnelheid eerder een soort van nulpunt is in plaats van een maximale snelheid. Denk daarbij aan het gegeven dat de "snelheid" van zwaartekracht gelijk is aan de "lichtsnelheid", hoe lang zou het voor de aarde duren om met 300.000km/sec door het heelal te bewegen als deze b.v. versnelt met b.v 10m/sec2?
Als eenvoudige bron kan ik je bijvoorbeeld dit stukje tekst uit te quest noemen. Ik lees daar een hoop tegenstrijdigheden in met betrekking tot het hebben van snelheid voor een foton.
Een aantal stellingen en constateringen uit de relativiteitstheorie en de huidige wetenschap..
In de Quest van Maart 2005 stond ook nog een stukje over de uitleg van de Relativiteitstheorie van Einstein:
quote:
Zelfs natuurkundigen zijn het er over eens: de relativiteitstheorie echt begrijpen, dat kan geen mens. "Je moet je dan een vierdimensionale ruimte kunnen voorstellen, en dat is onmogelijk.", schreef de beroemde, aan een rolstoel gekluisterde natuurkundige Stephen Hawking daarover. Het beste is om de theorie gewoon maar over je heen te laten komen. De hoogtepunten van de relativiteitstheorie op een rij.
1. Beweging is relatief
Iemand die op het station staat, ziet de passagiers in de trein langskomen. Terwijl de passagiers toch echt zeggen dat ze stil zitten. Coclusie: beweging is relatief en hangt af van de geweging van de waarnemer.
2. De lichtsnelheid is constant
Of je nu heel hard op een lamp afrent, of er in een ruimteschip razendsnel vanaf vliegt; de snelheid waarmee licht op je afkomt, is voor iedereen altijd gelijk. Het beweegt met 300.000 kilometer per seconde, ofwel ruim een miljard kilometer per uur. Dat druist in tegen het gezond verstand. Maar Einsteins meesterzet was om te zeggen: blijkbaar zit ons gezonde verstand ernaast. Als de lichtsnelheid voor iedere waarnemer constant is, dan is dat gewoon zo.
3. Wat beweegt, wordt kleiner
Maar hoe kan de lichtsnelheid nu voor iedereen hetzelfde zijn? Het antwoord daarop is simpel. Om snelheid te meten (het aantal meters per seconde), heb je onder meer een meetlat nodig. Blijkbaar is de meetlat van de persoon die naar de lamp toe vliegt korter dan de lat van degene die er vandaan gaat. Maar, en nu wordt het pas écht vreemd: de personen zelf merken daar niets van. Gezien vanuit hun standpunt, blijven hun meetlatten even lang.
4. Wat beweegt, vertraagt
En dat is niet het enige. Om de lichtsnelheid te meten, heb je behalve een meetlat ook een klok nodig. En omdat de lichtsnelheid voor iedere waarnemer hetzelfde is, loopt de klok van iemand die een lamp nadert langzamer dan de klok van degene van degene die van de lamp wegvliegt. Maar ook daarvan merken beiden niets.
5. Niets gaat zo snel als licht
Niemand kan sneller reizen dan het licht. Net zo snel als het licht dan? Dat kan ook al niet. De lichtsnelheid is de bovengrens. Het is best te begrijpen waarom. Een ruimteschip dat versnelt, krimpt en vertraagt. Dij de lichtsnelheid zou de tijd stilstaan en het ruimteschip verdwijnen.
6. Wat beweegt, wordt zwaarder
Aangezien niets zo snel gaat als het licht, moet je dus steeds harder tegen een ruimteschip aanduwen om hem steeds harder te laten gaan. Einstein besefte wat dat betekent. Eigenlijk wordt het ruimteschip steeds zwaarder. Zijn massa neemt toe. In een bewegend vliegtuig zijn we dus, naar de begrippen van iemand op de grond, iets zwaarder dan wanneer we stilstaan.
7. E=mc²
Ofwel: energie is massa maal de lichtsnelheid in het kwadraat. Ofwel: een piepklein beetje massa bevat ontstellend veel energie. Dat verklaart waarom atoombommen zo verwoestend zijn: die zetten een heel klein beetje massa om in pure energie. Ooit is berekend dat er bij de omzetting van een volwassen mens in pure energie, een dreun zou klinken van zo’n acht zware waterstofbommen.
8. Tijd = ruimte
Niets gaat sneller dan licht. En dat betekent weer dat er een diepzinnig verband is tussen tijd en ruimte. Hoe hard je ook gaat, het kost altijd ‘tijd’ en ‘ruimte’ af te leggen. Einstein zag tijd als de vierde dimensie. We kunnen naar links, naar rechts, naar onder en naar boven, en intussen reizen we vooruit in de tijd.
9. Zwaartekracht is net zoiets als versnelling
Een lift die in beweging komt en stijgt, duwt je omlaag tegen de vloer. Op planeten gebeurt in feite hetzelfde. Ook op aarde worden we tegen de grond geduwd. Een planeet gedraagt zich dus net als een lift die steeds sneller omhaag gaat. Einstein zei daarom dat de zwaartekracht ‘equivalent’ is met versnelling. Hij noemde dat ‘de gelukkigste gedachte in mijn leven’.
10. Een zwaar object kromt de ruimtetijd
Een planeet moet je je voorstellen als een bowlingbal die een deuk maakt in een strakgetrokken laken. Zou je er een pingpongballetje naast leggen, dan rolt dat naar de deuk toe, alsof de bowlingbal hem aantrekt. Met zware objecten als planeten en sterren zit het net zo. Die duwen ‘kuilen’ in de ruimtetijd. Daardoor ‘rollen’ er andere objecten naar toe, en lijkt het alsof de planeten geheimzinnige aantrekkingskracht hebben. Die noemen we de zwaartekracht. Maar het is geen gewone kracht. De aantrekkingskracht is een gevolg van de krom geduwde ruimtetijd.
|