Ik weet natuurlijk niet of het goed is, maar dit is mijn gok:
1=B, 2=C, 3=A, 4=D, 5=B, 6=C, 7=E, 8=E, 9=A, 10=C.
Mijn raad aan jou is om goed uit te pluizen wanneer je welke onderzoeksmethode gebruikt. Kijk naar bijvoorbeeld je afhankelijke variabele, is dat een nominale waarde of bijvoorbeeld rationele waarde? Bij een nominale waarde kan je geen t-toets doen. En kijk naar zinsconstructies, zoals bij 7 en 8 vragen ze om 'samenhang'. Bij een correlatie meet je of twee variabelen een band met elkaar hebben, je weet echter niet of de variabele A variabele B beïnvloedt of dat B juist invloed heeft op A. Bij een afhankelijke steekproef meet je twee dingen bij dezelfde respondenten (zoals 4), terwijl bij onafhankelijke steekproeven je meerdere groepen respondenten hebt die je met elkaar vergelijkt.
__________________
|